| ◄▬ | Voorwoord | ▬► |
Dit webboek (een boek in de vorm van een website) bevat de Herinneringen van mijn oudoom Ferdinand Sassen, hierna: oom Ferd.
Na het overlijden van mijn vader kwam het familiearchief bij mij terecht. Al mijn aandacht ging toen uit naar het voltooien van de tweede druk van vaders boek Genealogie Sassen, dat echter niet in druk is verschenen maar is omgezet naar de website Genealogie Sassen met onder meer de door vader verzamelde 200 jaar Sassen bidprentjes.
Tot het archief behoorden ook twee kleine ordners, een rode en een groene, met daarin de Herinneringen van oom Ferd. De getypte pagina’s met handgeschreven correcties en daarop geniet zwart-wit foto’s en krantenknipsels - iedere pagina voor akkoord getekend - waren wat bruinig geworden en moeilijk te scannen. Ofwel de pagina's waren goed te lezen, maar de foto's niet goed te zien, ofwel de foto's kwamen tot hun recht maar de tekst werd slecht leesbaar.
Wel bleken de pagina's ook in het net te zijn uitgetypt en deze zijn gescand naar pdf. Deze pdf-Herinneringen zijn aan de website Genealogie Sassen toegevoegd.
Hoewel de Herinneringen blijkens de Inleiding bestemd waren voor de jongere leden van de familie, meende ik als laatste van mijn familietak er goed aan te doen deze toegankelijk te maken voor een veel breder publiek.
De Herinneringen hebben inmiddels geleid tot een kritisch artikel van Christoph Lüthy, “1932. Censuur en de zure glimlach van mgr. Sassen” dd. 5 januari 2023.
Lüthy is hoogleraar Geschiedenis van filosofie en wetenschap aan de Radboud universiteit, Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Hij schrijft aan het slot van zijn artikel:
IJdelijke afstandelijkheid (zie zelfportret)
Sassens leven is zonder meer “a life well spent.” Maar is dit ook hoe Sassen het zelf zou hebben gevoeld? De ijdele afstandelijkheid van zijn zelfportret en de manier waarop hij zijn leven beschrijft – als een opeenvolging van ontmoetingen met bekende figuren, een lijst van taken, commissies en prestaties, bij een totale afwezigheid van woorden over vriendschappen, overtuigingen of gevoelens – geven een beeld van een efficiënte en hardwerkende man die echter door omstandigheden werd gedefinieerd en niet door zichzelf, en zelfs niet door zijn geloof, dat in zijn “Herinneringen” geen enkele rol speelt. Deze passieloze zelfbeschrijving komt overigens volstrekt overeen met de beschrijving van filosofen in zijn standaardwerken over de geschiedenis van de filosofie.
Met 'zelfportret' wordt bedoeld het door Theo Luns geschilderd portret, dat weergegeven is op het Voorblad van dit webboek. Voor een 'selfie' was men destijds nog afhankelijk van een schilder of fotograaf
Een portret is echter te veel afhankelijk van expressie van de schilder om te kunnen komen tot een verantwoorde karakterschets van de geportretteerde. De in dit webboek uit de Herinneringen overgenomen foto's laten ook geen "zure glimlach" zien, integendeel.
De zinsnede: “... bij een totale afwezigheid van woorden over vriendschappen, overtuigingen of gevoelens ...” laat zien dat Luthy de Herinneringen ook niet goed gelezen heeft. Zoeken op 'vriend' levert immers 45 treffers op!
Oom Ferd vermeldt in zijn Herinneringen juist vele vriendschappen, waaronder voor het leven.
A.G.M. van Melsen schrijft in 'Levensbericht F.L.R. Sassen' uit 1971:
Mocht hij door de hem eigen gereserveerdheid op sommigen aanvankelijk de indruk maken van de man die vereenzaamd door het leven gaat, deze indruk was onjuist. Sassen heeft vele goede vriendschappen in zijn leven gekend en daar was hij innig dankbaar voor.
Afstandelijke waarneming met buitengewoon oog voor detail waren oom Ferd eigen. Zijn reisverslagen geven daarvan blijk, zoals in 1948 de UNESCO conferentie te Beiruth en in 1958 de Association of the Universities of the Brittish Commonwealth te Montréal.
Mij persoonlijk trof zijn verslag over de bevrijding van Nijmegen, opgenomen in het hoofdstuk '1944 Nijmegen bevrijd'. Sobere geschiedschrijving 'onder granaatvuur'. Zo ook zijn brief aan zijn broers en schoonzusters, waarin hij minutieus de verwoesting van Nijmegen beschrijft, die ik daarom in deze Herinneringen heb opgenomen in het hoofdstuk 'Gedetailleerd verhaal over de bevrijding van Njmegen'.
Van zijn geloof getuigt oom Ferd expliciet doch evenzeer ingetogen in zijn Inleiding en in zijn beschouwing over zijn priesterschap.
C.E.M. Struyker Boudier, schrijft in 'Een man van de geest: hoofdstukken over het leven en werken van Ferdinand Sassen (Nijmegen: Valkhof Pers, 1997), blz. 216/217:
De ex-voorzitter van de Onderwijsraad en oud-minister van Onderwijs en vu- hoogleraar I.A. Diepenhorst (1916- ) schreef in zijn ‘in memoriam’ (1971): “Welke gevoelens men ook over Sassen moge hebben gekoesterd, overheersend is de eerbied die deze voorname geleerde ambtgenoten en leerlingen inboezemde, ongetwijfeld omdat hij steeds ook bij omvangrijke werkzaamheid buiten het studeervertrek de priester bleef, de man die zichzelf een hoog ideaal had toegewijd. Een schilderachtige figuur is Sassen niet geweest. Hij was wars van vertoon, van aanwensels, van alles wat niet recht was… Indien ooit aan iemand het woord van Pascal bewaarheid werd dat het hart zijn redenen kent, die de rede vreemd zijn, dan was dat bij de overledene het geval.“ En “Treffend was zijn religieuze overtuiging. Op zeldzame ogenblikken - zo toen hem door minister Bot in 1964 een maaltijd werd aangeboden [bij gelegenheid van zijn afscheid als voorzitter van de Onderwijsraad] - sprak hij daarover met uiterste soberheid. Hij was die avond verschenen in pontificale dos, een indrukwekkende gestalte. Maar de ooggetuigen van zijn dankwoord bewaren onuitwisbaar de herinnering aan de nederige christen, die Hem door wie hij zich geroepen wist, heeft willen volgen.“ Diepenhorst besloot: “Hoezeer ook ingekapseld, er was zin voor het verrassende, een op prijs stellen van humor, een hechten aan gezelligheid. Sassen was een liefhebber van de film - hij had oog voor komische situaties; hij kon een gul gastheer en gezellig tafelgenoot zijn. “
Tenslotte Lüthy's beeldvorming van "een efficiënte en hardwerkende man die echter door omstandigheden werd gedefinieerd en niet door zichzelf".
Het tegendeel blijkt uit Struyker Boudier's conclusie (blz. 285):
Daarmee is Sassens eigen levensproject onclubbelzinnig uitgesproken: een integraal humanisme, dat doorwerkte in zijn wil tot een verdere emancipatie van het katholieke volksdeel, met name op wijsgerig gebied, al bleef de systematicus in hem ten achter bij de historicus die hij bovenal was. Dat humanisme erkent niet alleen de mens in zijn aardse, aan lijf en wereld gebonden werkelijkheid, maar erkent ook een dubbele transcendentie: het subjectieve uitstaan, de menselijke zelfoverschrijding naar een objectieve Transcendentie, waarin en waardoor de menselijkheid van de mens principieel en uiteindelijk wordt bepaald. Dat het gaat om een integraal humanisme, kon Sassen vanuit zijn thomistisch-wijsgerige uitgangspunten verantwoorden, ingebed in zijn wereldbeschouwing, waarin een godloze wereld ondenkbaar bleef.
Lüthy's negatieve karakterschets doet mijn oudoom dus geen recht. Immers psychologie van het niveau waartegen al in 1946 de Commissie Opleiding en Titel Psychologen werd opgericht.
Lüthy's artikel was voor mij wel aanleiding om de Herinneringen weer eens ter hand te nemen en uit te werken in dit webboek. Ik ben begonnen met de in het net uitgetypte Herinneringen van 'kopjes' te voorzien en vervolgens te groeperen in afzonderlijke hoofdstukken, zodat een en ander beter toegankelijk is geworden. Enkele paragrafen zijn verplaatst vanwege hun samenhang met andere, zoals in de Inhoudsopgave ook is aangegeven. De foto's en knipsels zijn vervolgens toegevoegd. evenals alle losse bijlagen, die hetzij in de ringbanden zijn opgenomen, hetzij los tussen de bladzijden geschoven.
Verder zijn in aansluiting op het communieprentje (hfdst. Oudste herinneringen) uit de Genealogie Sassen nog toegevoegd een familiefoto en gedachtenisprentjes (hfdst. Priesterwijding) alsmede het bidprentje van oom Ferd (hfdst. 1971)
De vele losse bijlagen doen vermoeden dat oom Ferd het voornemen had om zijn Herinneringen nog verder uit te werken, hetgeen hem echter niet is gegund door zijn overlijden in 1971.
Hoe keek oom Ferd terug op zijn leven? Het citaat uit '1969 Vijftig jaar priester' (hfdst Zestiger jaren (3) moge voor zich spreken:
Op 5 april 1969 heb ik de vijftigste verjaardag van mijn priesterwijding mogen beleven. Een vijftigjarig priesterfeest is een feest van terugzien : vooruitzien is er niet meer bij. Met grote dankbaarheid aan de Gever van alle goeds heb ik de afgelopen vijftig jaren herdacht. Bij gebrek aan parochianen is het feest zonder kerkelijke plechtigheden voorbijgegaan. Ik heb het echter geriskeerd, op de datum van 5 april te anticiperen, en heb op 17 februari (Carnaval) enkele priestervrienden, op 1 maart en 8 maart enkele familieleden en vrienden, o.w. een aantal niet-Katholieken, met wie ik altijd zo aangename relaties gehad heb, aan tafel genodigd.
De dag van 5 april (Paaszaterdag) heb ik in eenzaamheid, devotie en dankbaarheid doorgebracht in het dierbare Lugano. Daar heb ik ook op Paaszondag de vijftigste verjaardag van mijn eerste H. Mis (Roermond, Ursulinen, 6 april 1919) gevierd, met het opdragen van het H. Misoffer in een zijkapel van de kathedraal, gevolgd door het bijwonen van de pontificale Hoogmis.
Oom Ferd heeft een wel zeer bijzondere invulling gegeven aan zijn wereldheer priesterschap. *)
Het webboek is nog niet af. Momenteel wordt gewerkt aan een namenregister en de bedoeling is om waar mogelijk in de tekst van de Herinneringen voorkomende namen te linken aan een externe bron zoals bijv. wikipedia, die dan via een popup scherm is te raadplegen. Zie o.m. 1934 Internationaal Philosophencongres te Praag.
*) Arjen Bultsma, De ordening van de Kerk,8. Functies in de kerk
Wereldheer = een priester die verbonden is aan een bisdom en niet bij een religieuze gemeenschap hoort.
11 november / 21 december 2024
Jan Hendrik Sassen, achterneef
Addendum 5-1-2025
De tekst van paragraaf '1932 H. Officie eist onmiddellijk ontslag' (pagina 'De jaren in Nijmegen') is aangepast en toegevoegd is een subpagina 'Thomas van Aquino en Hegel', waarin de tekst is opgenomen van het artikel in de Maasbode van vrijdag 6 maart 1931 van Dr. Ferd. Sassen, 'Thomas van Aquino en Hegel'.
Addendum 21-4-2025
Lüthy's artikel blijkt van het internet te zijn verwijderd en is daar niet meer te vinden. De tekst zoals deze destijds stond op de site van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, is nog wel de lezen op de pagina van dit webboek: '1932. Censuur en de zure glimlach van mgr. Sassen'.
| ◄▬ | Voorwoord | ▬► |