| ◄▬ | Zestiger jaren (2) | ▬► |
1963 Subcommissie Nederlands-Belgisch Cultureel Accoord
In 1963 werd ik voorzitter van een Gemengde Subcommissie in het kader van de Commissie voor het Nederlands-Belgisch Cultureel Accoord, tot regeling van de effectus civilis, wederkerig te verbinden aan de getuigschriften van de onderscheiden takken van het onderwijs.
Deze Subcommissie vergaderde sindsdien zeer frequent, beurtelings in Den Haag en in Brussel. Leden waren : Mevrouw mr. M.J. Koch-Kijlstra, met wie ik al zovele jaren had samengewerkt, dr. J. Verlinden en mr. A.M. van Kalmthout. Voorzitter van Belgische zijde was eerst Prof. F. Closset en na diens overlijden Prof. 0. de Raeymaeker.
1964 Afscheid Commissie Geesteswetenschappen
Mijn ontslag als hoogleraar en als lid en voorzitter van de Onderwijsraad viel ongeveer samen met het einde van de werkzaamheden van de Commissie Geesteswetenschappen, waarvan ik sinds de instelling op 18 mei 1961 deel heb uitgemaakt.
Voorzitter was Prof.dr. H. Wagenvoort, leden : mr. J. Donner, Prof.dr. S. Dresden, Prof.dr. E.W. Hofstee, Prof.dr. L.J. Rogier, Prof.dr. A. Teeuw, Prof. H.W. Lambers, Prof.dr. C.W. Wönnich en Prof.dr.J. Snijders; als secretaris trad op dr. E. Haas.
De voortreffelijke geleide vergaderingen hadden meestal plaats te Utrecht. Het bleek soms moeilijk tot overeenstemming te geraken, maar de discussies stonden op zeer hoog peil en tenslotte hebben wij een rapport aan de Minister kunnen uitbrengen, dat door ons allen werd ondertekend. Na het beëindigen van de werkzaamheden werd door de leden op 20 november 1964 aan de voorzitter in Huize Molenaar te Utrecht een diner aangeboden.
Het rapport is in de laden van het Departement verdwenen; wij hebben er later niets meer van gehoord, en de voorstellen, die wij ten behoeve van de beoefening van de geesteswetenschappen in Nederland hadden ingediend, zijn niet tot uitvoering gekomen. Toch meen ik, dat de langdurige intense uit- wisseling van gedachten voor ons allen zeer vruchtbaar is geweest.
1965 Stichting Wetenschappelijk Onderwijs in Limburg (SWOL)
In 1965 werd ik ten nauwste betrokken bij het werk van de Stichting Wetenschappelijk Onderwijs in Limburg (SWOL), die zich het bevorderen van de vestiging van de achtste medische faculteit en van een universiteit in Limburg, met name te Maastricht, tot doel stelde. Ik werd lid van het Algemeen Bestuur, lid en ondervoorzitter van de Projectcommissie en Gouverneur Ch. van Rooy stond er op, dat ik als adviseur alle vergaderingen van het Dagelijks Bestuur bijwoonde.
De vele reizen naar Maastricht en de besprekingen in het Gouvernement waren voor mij altijd weer een waar genoegen. Ik was mij er van bewust, dat ik met dit werk geheel in de geest handelde van mijn vroeg overleden vader, die zich zo op en top Maastrichtenaar voelde.
Wij ontvingen te Maastricht de Commissie van Walsum, die de Regering moest adviseren over de stichting van een achtste medische faculteit en over de eventuele plaats van vestiging, en toonden de gasten het Ziekenhuis St.Annadal te Maastricht en het ultra-moderne De Wever-ziekenhuis te Heerlen.
Ook ontvingen wij Minister Veringa, die zich op de verschillende eventuele en potientiële vestigingsplaatsen kwam orienteren. Ook met hem bezochten wij St.Annadal en Heerlen.
Wij hadden de intense voldoening, dat de Regering in 1969 tot de vestiging van een medische faculteit te Maastricht besloot. In de Troonrede van 1969 werd dit aangekondigd; de beide Kamers van de Staten-Generaal verklaarden zich accoord.
Het lid van het Dagelijks Bestuur van SWOL, dr. J. Tans, werd lid en voorzitter van de Commissie, die de stichting van een en ander te Maastricht noest voorbereiden. SWOL had haar voornaamste doel bereikt, zij kon haar werkzaamheden voorlopig stilleggen en zich beraden op verdere doelstellingen.
1967 Institut Néerlandais te Parijs bestaat 10 jaar
Op 11 januari 1967 maakte ik te Parijs de herdenking mee van het 10-jarig bestaan van het Institut Néerlandais, dat onder leiding van S. de Gorter zulk een voortreffelijk werk doet voor de Nederlandse cultuurpropaganda in Frankrijk.
Bij die gelegenheid werd ook in het Pavillon de Marsan van het Louvre (eens bewoond door de latere Karel X) de tentoonstelling geopend van "La vie en Hollande au 17e siècle".
Kort te voren had de tentoonstelling "Dans la lumière de Vermeer" in de Orangerie een ongekend aantal bezoekers getrokken.
Ook in het Mauritshuis had deze tentoonstelling een buitengewoon succes gehad.
1966 De concentratie van de priester-opleidingen
In 1966 werd een begin gemaakt met de concentratie van de priester-opleidingen, die tot dan toe in de groot-seminaries van de bisdommen en in de onderwijsinstellingen van de onderscheiden kloosterorden hadden plaats gehad, op vijf plaatsen, nl. in de theologische faculteit te Nijmegen en in de theologische hogescholen te Heerlen, Eindhoven, Tilburg en Amsterdam/Utrecht.
In verband daarmede richtte het Episcopaat in overleg met de Stichting Nederlandse Priester Religieuzen een Centrale Beleidscommissie op voor de Katholieke Instellingen van Wetenschappelijk Theologisch Onderwijs (MTO). In deze Commissie werden benoemd vertegenwoordigers van het Episcopaat, van de SNPR en van de verschillende KIWTO's, en als deskundigen collega H. Janssen, voorzitter van de Academische Raad, en: ik. Taak van de Commissie was hoofdzakelijk, de betrekkingen tussen de KMO's en de kerkelijke en burgerlijke overheid tot stand te brengen en te onderhouden. Wij vergaderden gewoonlijk ongeveer om de zes weken, afwisselend in het Curatorengebouw van de Universiteit van Nijmegen en in het Bureau van de Secretaris van Curatoren van de Hogeschool te Tilburg.
1966 Marlien van Kleef ingetreden
Mijn secretaresse, Marlien van Kleef, die mij sinds 1955 in velerlei opzicht van dienst geweest is, en die deze herinneringen voor een groot deel onder mijn dictaat getikt heeft, is 8 september 1966 ingetreden in het Benedictinessen klooster te Oosterhout. Ik heb haar dienstvaardigheid zeer gemist.
1967 Het 4de Internationale Congres voor de Middeleeuwse Wijsbegeerte te Montreal
![]() |
![]() |
Van 27 augustus tot 2 september 1967 heb ik te Montréal, Canada, als vertegenwoordiger van de minister deelgenomen aan het 4de Internationale Congres voor de Middeleeuwse Wijsbegeerte, dat werd gepresideerd door Etienne Gilson (1884-19 ) en waar een kleine 400 belangstellenden, o.w. vrijwel alle bekende figuren uit het vak, bijeen waren.
![]() |
![]() |
Het Congres was uitstekend georganiseerd en leverde veel interessants op. Het werd gehouden in een aantal lokalen van de Université de Montréal en de deelnemers waren meerendeels ondergebracht in een uiterst comfortabel ingericht en uitstekend onderhouden studententehuis op het terrein van de universiteit. De maaltijden werden gebruikt in het goed voorziene restaurant van het Centre social, eveneens op het terrein. Het was bijzonder aantrekkelijk, de stad Montréal, seconde ville française du monde, na negen jaren terug te zien en te constateren, hoeveel er in het centrum afgebroken, vernieuwd en (hoog) opgebouwd was.
Losse bijlage:
Programma en rapport - in slideshow
Bijzonder viel op de prachtige nieuwe Métro, die ook vervoer gaf naar het terrein van Expo 67. Ik heb daar een middag doorgebracht, maar er was té veel te zien ! De KLM bracht mij in 7 uren en 20 minuten naar Canada, en terug in minder dan zes uren.
Te Montréal bood het gemeentebestuur ons een diner aan. Ook werden wij ontvangen in Mac Gill University (waar ik in 1958 gelogeerd had) en in het Institut d'étu- des médiévales.
| ◄▬ | Zestiger jaren (2) | ▬► |



