◄▬ Priesterschap en emeritaat ▬►
Inhoudsopgave deze pagina
De uitoefening van het priesterschap Emeritaat


De uitoefening van het priesterschap

In de jaren van mijn werkzaamheid bij het onderwijs en ook daarna is de uitoefening van mijn priesterschap hoofdzakelijk beperkt gebleven tot het geregeld opdragen van de H. Mis, in mijn Rolducse tijd in kerk of crypte van Rolduc, later in de kapel van Stella Maris te Nijmegen en in die van het Maria-Gesticht te 's Gravenhage. Ik heb dat altijd als het belangrijkste deel van mijn dagtaak beschouwd en ik heb eerlijk getracht, daar steeds zoveel eerbied en aandacht aan te besteden als bij het opdragen van het Offer van het Nieuwe Verbond past. Op Rolduc kwamen daarbij de beurten van Hoogmis, Lof en assisteren bij de plechtige diensten. Later kwam dit nog slechts zelden voor.

De volgende huwelijken heb ik ingezegend :
1935, Teun Struycken en Thea Feldbrugge,
1937, Fons Chorus en Herma Borgers,
1937, Pon Sassen en Nel van Eekelen,

19 ,    Bab Thuring en Bep
1939, Ben Vermeulen Windsant en Cily van Schaik,
1941, Walter Duif en Gré Geurts,

1943, Ferd Sassen en Wies Deurvorst,
1944, Kees Samson en Hilda Aukes,
194 , Henri Stams en Cily van Boom,

1948, Peter Nefkens en Erna Wennubst,
194 ,  Frans Mutsaerts en Sophie Rouppe van der Voort,
1953, John van de Geer en Hans Rademaker,

1959, Bertie von Pfetten Arnbach en Gerie Wilmar,
196 ,  Claud Chorus en Ria Menken,
1962, Alexander van Vessem en Anny Hohewald.

Later heb ik geen uitnodigingen tot het inzegenen van huwelijken meer aan- genomen, omdat de nieuwe liturgie mij te ingewikkeld was geworden en te veel beroep deed op de vocale qualiteiten van de celebrant (waaraan ik niet kon beantwoorden).

huwelijk Kees Samson en Hilda Aukes (losse bijlagen)


Emeritaat

Ik heb het voorrecht gehad mijn emeritaat in goede gezondheid in te gaan. Hoezeer het mij speet, mijn werk aan de Universiteit en in de Onderwijsraad te moeten beëindigen, toch voelde ik het als een verlichting, dat een aantal verantwoordelijkheden (die mij overigens nooit zwaar hadden gedrukt) van mij waren weggevallen. 

Op raad van mijn oud-collega van Rolduc L.W. Linssen (1888-19 ) veranderde ik zo min mogelijk aan mijn dagorde, maar ik voelde mij vrij om meer te gaan wandelen en fietsen, en vooral om meer voor mijn genoegen te lezen dan ik in de afgelopen jaren had kunnen doen. De Koninklijke Bibliotheek verschafte een onuitputtelijke voorraad, vooral historische lectuur. 

Ik achtte mij niet meer verplicht mijn vak bij te houden, maar kon op mijn gemak mijn tijd besteden aan enkele kleinere wetenschappelijke publicaties. 

De werkzaamheden voor het Curatorium van de KMA en voor de Commissies ter Uitvoering van de Culturele Accoorden met België, Luxemburg en Frankrijk gingen door. Vooral het werk voor de Nederlands-Belgische Commissie Gelijkwaardigheid van getuigschriften en Effectus civilis bleef mij bezig houden.

 

◄▬ Priesterschap en emeritaat ▬►
/**
Powered by Website Baker
*/