| ◄▬ | Het "derde Rolduc" | ▬► |
In de twaalf jaren van mijn verblijf op Rolduc zijn daar in de gebouwen en ten gevolge daarvan ook in de dagelijkse gang van het leven grote veranderingen gekomen. Toen ik in 1919 op Rolduc arriveerde, waren de gebouwen en de dagorde nog juist zó, als Lodewijk van Deyssel die op grond van zijn herinneringen uit de jaren 1874-1878 in "De Kleine Republiek" had beschreven. Onder directeur van de Venne werden echter een serie nieuwbouwplannen uitgevoerd. Eerst de gymnastiekzaal, vervolgens de noordelijke vleugel met speelzaal, herenkamers, philosophieklassen en zusterhuis, daarna de zuidelijke vleugel met klassen, en intussen was in het gehele huis electrische verlichting en centrale verwarming ingevoerd.
Achteraf bezien kunnen de jaren tussen de twee oorlogen als de grote bloeitijd van het "derde Rolduc" worden beschouwd. Het internaat was voortdurend gevuld. Leerlingen kwamen uit alle delen van het land, met name ook uit Friesland en Zeeuws-Vlaanderen. De uitbreiding van de gebouwen met de nieuwe comforten droegen bij om het leven zowel voor de leraren als de leerlingen aangenaam te maken. Er scheen op geld niet gekeken te hoeven worden.
Onder de leraren waren figuren van betekenis, zoals R. de Guasco, E. Ribbergh, H. Wismans, P.S. Everts, H. Reynen, H. Verbeek, H. Cuypers, W. Jacobs en anderen. De resultaten van de eindexamens, gymnasium, hogere burgerschool en hogere handelsschool, waren elk jaar bevredigend. Rolduc kon tot de beste scholen van het land gerekend warden.
In deze jaren is ook de traditie ontstaan van de "Sociale Studieweken", die in de zomervacantie van elk jaar onder grote toeloop op Rolduc werden en nog worden gehouden. Het initiatief daartoe was uitgegaan van Dr. H. Poels, die daarvoor van directeur van de Venne steun en hulp gekregen had.
1919-1920 Bezoeken aan Duitsland
Toen ik op Rolduc aankwam in 1919 was juist de vrede van Versaille gesloten en was het Rijnland nog door Franse, Belgische en Italiaanse troepen bezet. Aanvankelijk was de grens nog streng gesloten en zelfs met prikkeldraad afgezet. In Herzogenrath was een Franse bezetting, die bijzonder streng op de weinige doorlaatposten lette. In de loop van october 1919 wist mijn collega Deumens de Franse commandant te bewegen ons doorlaatpassen te geven, mits wij een geldige reden voor het bezoek aan het aangrenzende Duitsland konden opgeven. Die geldige reden werd spoedig gevonden in min of meer noodzakelijke bezoeken aan de Stadsbibliotheek te Aken, waar de bibliothecaris bereid was tegen levensmiddelen, zoals worst, boter en eieren, verklaringen af te geven, dat wij daar kwamen werken. Op 2 november 1919 kwam ik, gewapend met zulk een verklaring, voor het eerst bij de Franse commandant te Herzogenrath, die mij inderdaad een pas uitreikte. De weg naar Aken lag nu open. De verbindingen waren gemakkelijk. Van mijn kamer bereikte ik te voet in 10 minuten het station van Herzogenrath en vandaar bracht de trein ons in 10 minuten aan het station van Aken-West. Juist in deze tijd begon de devaluatie van de Duitse mark, zodat reeds aanstonds voor ons in Aken alles goedkoop te krijgen was. In de loop van de volgende drie of vier jaren ging de devaluatie snel verder, zodat de mark tenslotte vrijwel alle waarde verloren had. Er waren perioden, waarin wij voor twee centen in de tweede klas heen en terug naar Aken konden reizen. De prijzen van eet- en drinkwaren en van alle andere gebruiksartikelen kwamen voor ons daarmee overeen. Er werden ongelooflijke koopjes gedaan. Ik heb in deze jaren gelegenheid gehad om de belangrijkste tekstuitgaven van de Griekse philosophie en een groot aantal van de Duitse werken over de geschiedenis van de wijsbegeerte, die tot heden de grondslag van mijn boekenbezit uitmaken, voor uiterst lage prijzen te kopen. Het gebeurde soms dat ik 's morgens om acht uur al in Aken was om tegenover de Elisenbrunnen mijn haar te laten knippen en verdere boodschappen te doen.
In het begin van 1920 werd de Franse grensbezetting door Belgische vervangen en heel spoedig was er van controle op passen of op uitvoer van goederen geen sprake meer, zodat de reis naar Aken nog gemakkelijker was geworden. In de eerste helft van de twintiger jaren ben ik zodoende tientallen malen in Aken geweest.
Daarna was de attractie grotendeels vervallen. In 1930 ben ik nog eens teruggegaan om de intocht van Hindenburg in het toen van bezetting bevrijde Rijnland mee te maken.
1925 Rolduc uit isolement bevrijd
De verbindingen met het Duitse achterland waren destijds voor Rolduc veel gemakkelijker dan die met Nederland. Het naaste Nederlandse spoorwegstation was voor ons Kerkrade-Rolduc, aan de lijn Herzogenrath-Heerlen, op 7 km afstand van Rolduc. Bij het begin en einde van de vacanties moest de tocht met alle leerlingen te voet worden gedaan; de bagage volgde dan op wagens, die door paarden van het huis werden getrokken. Omstreeks 1925 werd de electrische tram Kerkrade-Heerlen aangelegd, waardoor Rolduc uit zijn isolement bevrijd werd. De naaste halte was slechts 8 á 10 minuten lopen van Rolduc verwijderd. Na de tweede wereldoorlog is deze tram weer opgeheven en door bussen vervangen.
Ondanks de betere verbindingen bleven wij op Rolduc toch in sterke mate op onszelf aangewezen. Vooral in de winter werd er weinig uitgegaan en kwam er weinig bezoek. Er werd veel gelezen, muziek gemaakt en gekaart. Voor de leerlingen waren de lange trimesters zonder onderbreking van naar huis gaan een uitstekende gelegenheid om regelmatig aan de studie te blijven. Afwisseling was er genoeg door kerkelijke en huiselijke feesten, toneel en later film, en muziek. In het laatst van de twintiger jaren introduceerde de prefect Linssen de grote Russische films zoals "De laatste dagen van St. Petersburg", "Storm over Azië", "Potemkin".
In de zomervacantie van 1923 kwam ik voor het eerst in Parijs, in gezelschap van Bernard Janssens, Dolf Welters († 1970) en Frans Welters. Deze reis naar Parijs is door ontelbare andere gevolgd. Sinds 1924 ging ik elk jaar de Tweede Kerstdag met Jos Boosten "pour nous reposer á Paris". In de Kerstvacantie van 1925 gingen wij met Bernard Janssens eerst naar Parijs, vervolgens om de Kerstdagen door te brengen naar Avignon en tenslotte naar Nice, waar wij van de heerlijke temperatuur en de prachtige omgeving genoten, terwijl in Nederland en met name in Limburg ernstige overstromingen plaats hadden.
Een aantal maanden tevoren, in de Paasvacantie van 1924 waren wij, directeur van de Venne, Bernard Janssens, Frans Welters en ik, naar Rome gereisd. Wij vertrokken op Palmzondag in alle vroegte met een auto naar Luik, reisden vandaar tot Basel en de volgende dag tot Rome, waar wij aan het station werden opgewacht door de student Feron (1896-1958), later vicaris-generaal en president van het Groot-Seminarie te Roermond. Onder zijn leiding hebben wij acht dagen vele van de bezienswaardigheden van Rome bezocht, door bemiddeling van mgr. Eras kregen wij een introductie voor de Mis van Paus Pius XI op Witte Donderdag. Ook namen wij deel aan een algemene audientie bij de Paus en met ons vieren gingen wij op bezoek bij Kardinaal van Rossum. De reis werd voortgezet naar Napels, Pompei en de Vesuvius en per boot naar Capri met de blauwe grot. Toen terug naar Rome en verder naar Assisi, Bologna, Venetië en Milaan; hier maakten wij toevallig de intocht van Mussolini met het koninklijke paar van Italië mee.
In de zomer van 1921 had ik zes weken in Engeland doorgebracht. Ik reisde met Bernard Janssens van Rotterdam naar Hull, en vandaar naar Manchester, waar wij bij onze neef Willem Sassen *), pastoor aldaar, logeerden. Ik was reeds in de Paasvacantie van 1912 te Manchester bij hem geweest, maar sindsdien was hij naar een kleinere en meer rustige parochie in een der buitenwijken overgeplaatst. Van Manchester reisden wij naar York en vandaar naar Londen, waar ik gelegenheid kreeg, in de pastorie van de kathedraal van Southwark gedurende drie weken een van de kapelaans te vervangen en gratis te verblijven. De vervanging bestond uitsluitend uit het lezen van de Mis en zo nu en dan in het doen van het Lof. Daardoor heb ik kans gekregen Londen grondig te bekijken. Gewoonlijk ging ik 's morgens terstond na het ontbijt uit om pas 's avonds tegen negen uur terug te keren. In Londen ontmoette ik weer Jos Poels (1890-1959), die daar voor zijn studie enige tijd verbleef en ook mijn collega H. Reynen (1892-1961) van Rolduc kwam naar ons toe. Met hem gingen wij enkele dagen naar het eiland Wright. Alles tesamen ben ik toen 6 weken in Engeland geweest en ook deze reis is nog vóór de tweede wereldoorlog door twee andere gevolgd.
![]() |
*) Genealogie Sassen
tB VIIe-4 Wilhelmus Josephus Hubertus Sassen, geb. Tegelen 12 april 1851, r.k. priester, pastoor van St. Mary's and the Angels te Levenshulm blj Manchester (Eng.), overl. aldaar 9 nov. 1925.
De andere vacanties heb ik meest bij mijn moeder te Breda doorgebracht. Daardoor kwam in het drukke program van Rolduc telkens weer een gewenste afwisseling, zodat het nieuwe schooljaar met frisse moed kon worden begonnen. In de zomervakantie ging ik gewoonlijk weer voor een of twee weken naar Rolduc om te werken en daar in de volkomen stilte tegelijk van een heerlijke rust te genieten.
In de zomer van 1929 heb ik op Rolduc bezoek gehad van de Noorse roman- schrijfster Sigrid Undset (1882-1949), die het jaar te voren de Nobelprijs voor letterkunde had gekregen. Dit bezoek was voorbereid door mijn klasgenoot van het seminarie van Roermond, Fr. Krijn (1892-1969), die als priester enkele jaren in Noorwegen, en later ook nog in Zweden werkzaam is geweest. Zij was in 1925 Katholiek geworden, en de bedoeling van de reis naar Limburg was, haar in een Katholiek land het Katholiek leven in zijn volle omvang te laten zien. Pastoor Spiertz te Terwinselen, bij wie Krijn vroeger kapelaan was geweest, had op zich genomen, haar te begeleiden. Zij bezocht Maastricht en Heerlen, maar ook verschillende dorpen, maakte Sacramentsprocessies mee en kwam tenslotte naar Rolduc om een groot internaat in werking te zien. Het gesprek ging in het Duits en het Engels. Pastoor Spiertz had ook nog gelegenheid gevonden, haar de mijn Wilhelmina te Terwinselen ondergronds te laten bezichtigen. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft zij in Noorwegen in het verzet een grote rol gespeeld.
| ◄▬ | Het "derde Rolduc" | ▬► |
