| ◄▬ | Vijftiger jaren (2) | ▬► |
1956 De tweede technische hogeschool te Eindhoven
In 1953 had de regering definitief besloten tot oprichting van een tweede technische hogeschool, en wel te Eindhoven. Ter voorbereiding daarvan werd een commissie ingesteld onder voorzitterschap van mr. H.L. s'Jacob (overl. 1967), waarvan mijn Tilburgse collega J. Cobbenhagen deel uitmaakte. Toen deze op 10 februari 1954 overleden was, werd ik als vertegenwoordiger van de Eerste Afdeling van de Onderwijsraad in die Commissie benoemd.
![]() |
Wij vergaderden altijd ten huize van de voorzitter, huize De Werve te Voorburg en brachten verschillende bezoeken aan Eindhoven om daar onder leiding van de toenmalige burgemeester, mr. H. Kolfschoten, de situatie ter plaatse in ogenschouw te nemen.
Aanvankelijk werd nog gedacht aan een voorlopige vestiging van de nieuwe technische hogeschool in een bestaand gebouw, dat daarvoor een voorlopige inrichting zou moeten krijgen. Maar gelukkig is men van dat idee afgestapt en is men overgegaan tot het bouwen van een althans voor de eerste jaren dienend gebouw op een terrein, dat de Gemeente Eindhoven ter beschikking had gesteld. Op dat terrein zijn in latere jaren de indrukwekkende gebouwen van de T.H.Eindhoven verrezen. Het aantal studenten ging reeds bij de opening in 1956, waarbij ik tegenwoordig was, alle prognoses te boven. Bij de viering van het tweede lustrum in 1966, toen ook het nieuwe auditorium in gebruik werd genomen, bleek opnieuw dat de prognoses ver bij de werkelijkheid achtergebleven waren.
De oprichting van de tweede technische hogeschool maakte ook een herziening van het technische-hogeschoolstatuut (K.B. van 4 juli 1905, Stb. 227) noodzakelijk, al was het alleen maar, omdat in dit statuut van één technische hogeschool werd gesproken.
In october 1956 verzocht minister Cals mij, als voorzitter op te treden van een commissie ter voorbereiding van het nieuwe technische-hogeschoolstatuut. Door de senaten van de twee hogescholen werden als leden van de commissie aangewezen : voor Delft Prof.dr.ir. W.T. Koiter en Prof.dr. R. Kronig, voor Eindhoven Prof.dr.ir. Dorgelo en Prof.dr. K. Posthumus. Als secretaris trad op mr. P. van Werkum.
De commissie heeft tussen december 1956 en maart 1957 zes maal vergaderd (zij was bij beschikking van 22 november 1956 ingesteld). In mei 1957, nog vóór de opening van de tweede technische hogeschool (19 sept. 1957) bood zij de minister een ontwerp-technisch-hogeschoolstatuut met ontwerp-nota van toelichting aan. Op 27 mei 1957 is de commissie ontbonden.
Op 19 september 1957 heb ik de opening van de Technische Hogeschool Eindhoven (THE) door H.M. de Koningin bijgewoond.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
1958 Commissie Spreiding Katholiek hoger onderwijs
Bij schrijven van 25 februari 1958 heeft het Episcopaat een Commissie ingesteld om een studie te maken van de problemen rond een eventuele spreiding van het hoger onderwijs, in het bijzonder met het oog op de daarbij betrokken belangen van het Katholieke volksdeel, en het Episcopaat terzake voor te lichten en van advies te dienen. Ook het financiële aspect van een eventueel door haar noodzakelijk geachte spreiding van het Katholiek hoger onderwijs zou de Commissie moeten bestuderen. Ik werd in deze Commissie benoemd met Prof.mr. A.L. de Block, Prof.dr. G.W. Groeneveld, dr. C. Kortmann, J.A. Middelhuis, Prof.dr. R.R. Post, ir. J.G.B.M. ridder de van der Schueren, mr. J.J. van Wessem en mr.dr. P.J. Witteman. In de eerste vergadering, op 29 maart 1958 werd ik tot voorzitter aangewezen en mr. J.M. Hageman tot secretaris.
De Commissie vergaderde meestal te Utrecht, een enkele maal te 's Hertogenbosch. Zij bracht een eerste rapport uit op 8 juni 1959, maar liet dit na kennisneming van het rapport van de ministeriële Commissies Pikaar Neher volgen door een tweede rapport, mei 1960. Voorgesteld werd, Tilburg uit te breiden met een aantal faculteiten en te Maastricht een aantal faculteiten te vestigen, in beide plaatsen voorshands te beperken tot de studie voor het candidaats- en/of bacculaureaatsexamen.
Aan het verzoek van de Commissie, op korte termijn tot publicatie van het Rapport over te gaan, is door het Episcopaat, hierin beinvloed door Prof. Post, geen gevolg gegeven.
1955 Commissie van advies inzake vorming a.s. officieren
In 1955 werd ik door de minister van oorlog en van marine, ir. C. Staf, uitgenodigd zitting te nemen in een commissie van advies inzake de vorming van a.s. officieren van de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht. Toen hij mij daarover het eerst sprak, beriep hij zich op de lessen, die ik toen meer dan 20 jaar geleden voor de Katholieke Cadettenvereniging St. Ignatius aan de KMA te Breda had gegeven.
De commissie stond onder voorzitterschap van Lt.Gen. M.R.H. Calmeyer; leden waren : Prof.dr. G. Holst, Prof.dr. J.G. de Quay, Prof.dr. J. Waterink en ik; een aantal officieren van de verschillende krijgsmachtdelen stond ons als adviseurs terzijde. Wij vergaderden verschillende malen in het Ministerie van Oorlog en brachten bezoeken aan de KMA te Breda en aan het KIM te Den Helder.
Op 1 maart 1956 werd verslag uitgebracht.
JHS: Deze 40e verjaring wordt verder niet in de Herinneringen vermeld.
![]() |
JHS:
Deze lezing wordt verder niet in de Herinneringen vermeld.
![]() |
| ◄▬ | Vijftiger jaren (2) | ▬► |







