◄▬ Association internationale des universités (2) ▬►
Inhoudsopgave deze pagina
1959 Congres West-Europese universiteiten te Dijon
1960 Derde algemene conferentie van de Association internationale des universités te Mexico
Gelijkwaardigheid van universitaire getuigschriften


1959 Congres West-Europese universiteiten te Dijon

In 1959 werd het bestuur van de Association Internationale des universités uitgenodigd op het congres, dat de rectoren en vice-chancellors van de West-Europese universiteiten in september belegd hadden te Dijon.
Wij vergaderden eerst te Parijs en begaven ons vervolgens naar Dijon, waar wij gedurende een week konden deelnemen aan de vergaderingen en de excursies van het Congres. Daarbij waren wij de gasten van de universiteit van Dijon. Het Congres werd geopend in het stadhuis, Hotel de la Cloche, waar wij in toga in een kleurrijke stoet over straat naar toe gingen. Ook hier was de ontvangst allerhartelijkst en de organisatie liet niets te wensen over.
Van Dijon uit reden wij herhaaldelijk door het mooie Bourgondische landschap en bezochten o.a. de basiliek van Vézelay. De rector van de universiteit van Dijon, Marcel Bouchard, die in 1958 tot het reisgezelschap van Canada en de U.S.A. behoord had, liet mij op een middag door zijn zoon naar Cîteaux brengen om de resten van de beroemde abdij te bezichtigen.
Van Dijon ging ik direct door naar Zwitserland voor de jaarlijkse vacantie te Lugano.


1960 Derde algemene conferentie van de Association internationale des universités te Mexico

In 1960 had de derde algemene conferentie van de Association internationale des universités te Mexico plaats. Daardoor kreeg ik gelegenheid, tegen alle verwachting in, Mexico nog eens terug te zien. De KLM bracht mij met een DC 8 op een enkele namiddag van Schiphol naar Mexico, waar enkele Mexicaanse vrienden, die wij reeds bij de voorbereidingen van de conferentie te Parijs hadden leren kennen, ons opwachtten en naar het Hotel Del Prado brachten. In dit uiterst luxueuze hotel was het bestuur van de A.I.U. op de 9de verdieping ondergebracht. Hier waren wij 2½ week de gasten van de Mexicaanse Regering. De eerste dag werden wij als bestuur door de rector van de universiteit, Carillo, in de prachtige Ciudad universitaria ontvangen en kregen wij op de 12de verdieping van het administratiegebouw een lunch aangeboden. De vrije dag voor het begin van de conferentie heb ik gebruikt om de vanouds bekende plaatsen van de stad Mexico weer eens te gaan bezoeken. Ook ging ik naar de basiliek van Guadelupe, waar ik evenzeer als dertien jaar tevoren getroffen werd door de devotie van de pelgrims. De kermis, die destijds bij de basiliek gehouden werd, was opgeruimd en de vele kraampjes met levensmiddelen, die vroeger in de open lucht stonden waren nu in een grote markthal ondergebracht. Daardoor was het voorplein van de basiliek vrijgekomen en dit was met colonnaden omringd en met fonteinen versierd.
Het congres had plaats in de gebouwen van de medische faculteit en de vergaderingen werden, zoals gebruikelijk, afgewisseld door excursies en recepties. De Nederlandse deelnemers aan de conferentie werden uitgenodigd op een diner bij de Nederlandse ambassadeur, dr. Flaes.
Op de zondag maakte ik met drie collega's, die ik in Canada had leren kennen, een autotocht naar Tasco, de zilverstad. Opnieuw bleek de scherpe tegenstelling tussen armoede en rijkdom in dit wonderlijke land. Wij passeerden dorpen, waar de mensen in lemen hutten, door stro gedekt, woonden en hun eten op open vuren kookten. In de stad zaten nog altijd de Indianen de hele dag op de banken van de Alameda te luieren, liepen jonge kinderen loten van de staatsloterij te verkopen en sliepen mensen in de portieken van de winkels, met geen andere bedekking dan een paar kranten. Daartegenover de onbeschrijfelijke luxe in de winkels en de overdadige weelde bij de recepties.

In de dagen van ons verblijf te Mexico werd daar het 150-jarig bestaan van de nationale onafhankelijkheid gevierd. Tal van landen, ook uit Europa, hadden voor die gelegenheid delegaties gezonden om de Mexicaanse regering geluk te wensen.

Op een avond werden wij met deze delegaties uitgenodigd op een receptie in het Palacio Nacional bij de president van de Republiek, López Mateos. Het aantal aanwezigen bedroeg twee á drieduizend. Op de buffetten waren volledige diners aangericht, met vóór- en nagerechten, besproeid met allerlei soorten wijnen en champagne. Later waren wij nog eens de gasten van de president in het Palacio Nacional, n.l. op de vooravond van de herdenkingsdag van de onafhankelijkheid. Op die avond was het aantal genodigden weer even groot en waren de buffetten weer even overvloedig. Tegen 10 uur 's avonds werd door de president van het balkon de "kreet" van onafhankelijkheid uitgeroepen, waarop de menigte op het plein vóór het paleis in gejuich uitbarstte. Volgens de kranten van de volgende dag waren er ongeveer 200.000 mensen samengestroomd.

Tegen 12 uur verliet ik het paleis om te voet naar huis te gaan, dwars door de menigte heen. Opnieuw was ik getuige van de afschuwwekkende armoede, die in zo scherpe tegenstelling stond tegen de weelde en de overdaad in het paleis.

De volgende dag waren wij van het dakterras van het Hotel del Prado af getuigen van een grootse parade ter ere van de onafhankelijkheidsfeesten, die meer dan 2½ uur duurde. Niet alleen de verschillende onderdelen van de Mexicaanse landmacht, maar ook geuniformeerde delegaties van de strijdkrachten van een aantal Zuidamerikaanse republieken trokken ons voorbij. Er waren afdelingen te paard, compagnieën van vrouwen, cowboys met hun lasso's en de meest fantastische uniformen, die soms meer aan een operette dan aan een militaire parade deden denken. Intussen cirkelden grote eskaders vliegtuigen boven de stad, telkens weer toegejuicht door de menigte op straat.

Daags na de onafhankelijkheidsfeesten heeft de K.L.M. mij via Houston en Montréal zonder verder oponthoud naar huis teruggebracht. Tweemaal Mexico : wie had kunnen denken dat dit mij gegund zou worden ? Van geen reis is de herinnering zo levendig gebleven als van die naar dit fantastische land.


Gelijkwaardigheid van universitaire getuigschriften

De Conferentie van de Union Internationale des universités, gehouden te Nice in 1950 had besloten een lijst te doen opstellen van de gelijkwaardigheid van universitaire getuigschriften, toegestaan in de landen met de meeste buitenlandse studenten.

Ter voorbereiding van deze lijst beriep het Bureau international des universités van 12 tot 14 maart 1953 een vergadering van deskundigen op dit gebied te Saarbrücken, toen nog onder Frans bestuur. Ik heb daaraan deel genomen met J.F. Angelloz, rector van de Université de la Sarre (die tevens als gastheer optrad), Prof. F.T.H. Fletcher (Manchester), R. Halconruy, du Département de l'Education de l'UNESCO, P. Henry, rector van de universiteit van Rennes, M. Lerefait, du Service des Relations Universitaires avec l'Etranger, Prof. M. de Miranda (Bureau), Prof. A. Mercier (Bern) en F. Vito (Kath.Universiteit, Milaan). Vito fungeerde als voorzitter. 
Wij kwamen tot enkele conclusies en de bovenbedoelde lijst is inderdaad door het Bureau tot stand gebracht. Voor Nederland was deze lijst van weinig betekenis. Langdurige bilaterale besprekingen in de Nederlands-Belgische Commissie voor gelijkwaardigheid getuigschriften en effectus civilis hebben ons geleerd, hoeveel moeilijkheden van verschillende aard er te overwinnen zijn, eer op dit gebied enig resultaat kan worden bereikt. 
Het verblijf te Saarbrücken was intussen bijzonder prettig. Wij werden ontvangen in de Université de la Sasse en door het bestuur van Saarland.

 

◄▬ Association internationale des universités (2) ▬►
/**
Powered by Website Baker
*/