◄▬ Oudste herinneringen ▬►
Inhoudsopgave deze pagina
Oudste herinneringen Nijmegen – Den Bosch - Breda Bewaarschool – lagere school
Gymnasium 1912 reis naar Engeland  


Oudste herinneringen

Mijn oudste herinneringen gaan terug naar Nijmegen, niet naar het huis St.Annastraat 21, waar ik geboren ben, maar naar het huis Spoorstraat 4, dat mijn vader *) had laten bouwen en dat wij in 1896 hebben betrokken. Het huis is in september 1944 aan de duitse brandstichting ten offer gevallen; het was toen al lang niet meer ons eigendom. Ik herinner mij de voorkamer boven en de voortuin. Ook staat mij nog het beeld voor ogen van de autowedstrijd Parijs-Amsterdam in 1898. Wij stonden op het Keizer Karelplein in het park en zagen de onwaarschijnlijke voertuigen van de Graafseweg afkomen, om het plein draaien en de Kronenburgersingel afrijden, om naar de pont te gaan, die hen over de Waal moest brengen.

*) Genealogie Sassen
tC1 VIIIg. Ir. Ferdinand George Henri Auguste Sassen, geboren te Maastricht 9 mei 1846, civiel ingenieur, (1872) ingenieur bij de Noord-Brabantsch-Duitse Spoorweg Maatschappij te Rotterdam, (1875) ingenieur bij de Genie te Utrecht, (1878) sectie-ingenieur bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, lid van het College van curatoren van het Gymnasium te Nijmegen, ridder in de orde van het Borstbeeld van de Bevrijder van Venezuela, overl. Breda 11 mei 1902,
tr. Oosterhout N.B. 14 sept. 1875 Carolina Theodora Constantia Stams, geb. Rotterdam 19 maart 1854, overl. Breda 5 juni 1936, dr van Joannes Stams en Joanna Jacoba Noordanus.


Nijmegen – Den Bosch - Breda

In 1898 zijn wij naar Den Bosch verhuisd. Van het huis Stationsweg 4, waar wij woonden, heb ik nog maar een vage herinnering. Wel zie ik nog de parade vóór mij, die door de Bossche schutterij op de Stationsweg gehouden werd. Het verblijf in Den Bosch heeft overigens wegens de ziekte van mijn vader maar 9 maanden geduurd.
In 1899 verhuisden wij naar Breda, Mauritsstraat 22; in dat huis zijn wij drie jaren gebleven, tot wij in mei 1902 naar de Nieuwe Boschstraat 34 verhuisden. Het huis Mauritsstraat staat mij levendig voor ogen. Voor mijn herinnering waren de kamers zeer ruim en de tuin zeer groot. Over het verblijf in dat huis hangt echter de voortdurende schaduw van de ziekte van mijn vader : binnen een week na onze verhuizing naar de Nieuwe Boschstraat is hij overleden.
Het huis in de Nieuwe Boschstraat is in mijn herinnering het eigenlijke ouderlijk huis gebleven. Daar heb ik mijn lagere schooljaren en daarna, tot 1920, mijn vakanties doorgebracht.


Bewaarschool – lagere school

In september 1900 ging ik naar de bewaarschool, geleid door zusters, in de Nieuwstraat. Daar heb ik zoveel elementaire kennis opgedaan, dat ik in 1901 naar de tweede klas van de openbare lagere school aan de Houtmarkt (hoofd : de Heer Tack) kon gaan.
Aan mijn lagere schooljaren heb ik een prettige herinnering; hoofd en onderwijzers van deze school, van wie de meeste Katholiek waren, gaven blijk voor hun taak berekend te zijn. Met de jongens en meisjes van mijn klas had ik goede relaties. Ik denk met dankbaarheid terug aan hetgeen ik daar geleerd heb.

Eerste H. Communie (losse bijlage)

Gymnasium

In het schooljaar 1905/1906 werd ik met drie andere jongens door de onderwijzer Janssens voorbereid op het toelatingsexamen tot het gymnasium. Aangezien ik toen al het voornemen had, priester te worden, had mijn moeder al eerder besloten, dat ik intern zou worden op het Canisius-College te Nijmegen, waar ook mijn neef Jan Stams en mijn neef Jan Bressers (beide in 1918 aan de "Spaanse griep" overleden) als leerling waren ingeschreven. Voor de zekerheid liet mijn moeder mij toelatingsexamen doen, niet alleen aan het Canisius-College, maar ook aan het Stedelijk Gymnasium te Breda. Op 5 september 1906 ging ik voor het eerst naar Canisius en ik heb daar de zes jaren van mijn gymnasium onder het strenge regiem van de Jesuitenkostscholen van die dagen doorgemaakt. Vergeleken met de situatie van later op de kostscholen, was dit regiem inderdaad onbarmhartig streng. Nooit kwamen wij onder het oog van de surveillanten uit. Aan de regels van deelnemen aan de gemeenschappelijke sporten en andere oefeningen en aan die van het stilzwijgen buiten de tijden van de recreaties werd streng de hand gehouden. Na de eerste weken, toen de aanpassing aan het nieuwe milieu met heimwee gepaard ging, heb ik alleen nog moeilijkheden ondervonden in het derde jaar; het was voor mij, zoals ik later begreep, de puberteitscrisis. Intussen ben ik uiterst dankbaar voor de opleiding, die ik op Canisius gekregen heb; niet alleen heb ik daar voortreffelijk voorbereidend hoger onderwijs genoten, maar ik heb er ook veel voor mijn leven meegekregen.

Dongen, april 1912

In de zomervacantie van 1910 ontmoette ik te Terborg in de familiekring dr. W. Weebers, geneesheer te Leiden. Deze gaf mij in overweging, te proberen gymnasium A en B tegelijk te doen. Hij heeft waarschijnlijk begrepen, dat ik een prikkel nodig had om aan het werk te komen en zijn advies is mij van groot nut geweest. De leraren van Canisius namen de suggestie over. Het bleek echter dat een dubbel eindexamen, gelijktijdig af te leggen aan dezelfde school, reglementair niet mogelijk was en dat een van de twee examens voor de Staatscommissie moest worden afgelegd. Ik werd dus voor het eindexamen B, dat destijds als speciale vakken alleen algebra, trigonometrie en boltrigonometrie omvatte, afzonderlijk opgeleid, eerst met de twee B-leerlingen van mijn klas, door Pater Fr. Sträter, later alleen door Pater J. Kitselaar. De voorbereiding op het dubbele eindexamen heeft mij inderdaad leren werken, waar ik geheel mijn verder leven pleizier van heb gehad. In juni 1912 heb ik het eindexamen A op Canisius afgelegd en een maand later het eindexamen B voor de Staatscommissie.

Interne candidaten bij het eindexamen gymnasium van het Canisius-College te Nijmegen


1912 Reis naar Engeland

Enkele maanden te voren, in de Paasvacantie van 1912, heb ik mijn eerste reis van betekenis naar het buitenland gemaakt. Wel was ik in 1910 met mijn moeder naar Brussel gereisd om daar enkele dagen de wereldtentoonstelling te bezoeken, maar verder had ik de grens nooit overschreden. Op uitnodiging van onze neef  Willem Sassen (1850-1926) *) ging ik in april 1912 naar Engeland om in zijn pastorie te Manchester een tiental dagen door te brengen. Misschien heeft bij hem de gedachte voorgezeten om mij door dit verblijf voor de zielzorg in Engeland te winnen -- in die dagen waren tal van Nederlandse priesters in Engeland werkzaam -- en die gedachte was ook al eens bij mij opgekomen, maar even spoedig weer voorbijgegaan. Het dagelijks contact met een zo plichtgetrouw en vroom priester als pastoor Willem Sassen heeft echter bij mij een onvergetelijke herinnering nagelaten. Aan deze eerste reis naar Engeland is ook voor mij de herinnering verbonden van het schokkende nieuws van de ondergang van de "Titanic", "worlds largest liner", die op haar eerste tocht naar Amerika op 15/16 april 1912 op een ijsberg stootte en verging, met meer dan 1500 passagiers. Enkele tientalen konden worden gered, doordat op draadloos-telegrafische oproep een aantal schepen te hulp kwam.

Manchester, april 1912

*) Genealogie Sassen 
tB VIIe-4 Wilhelmus Josephus Hubertus Sassen, geb. Tegelen 12 april 1851, r.k. priester, pastoor van St. Mary's and the Angels te Levenshulm blj Manchester (Eng.), overl. aldaar 9 nov. 1925.

 

◄▬ Oudste herinneringen ▬►
/**
Powered by Website Baker
*/