◄▬ Verhuizing naar Weert ▬►
Inhoudsopgave deze pagina
1945 Verhuizing naar Weert De bevrijding
Hervatting van de universitaire werkzaamheden 1945 De Tijdelijke Academie in Eindhoven
1945 Gymnasiale einddiploma’s “cadeau” gedaan 1945 Weert - Rolduc


1945 Verhuizing naar Weert

Omstreeks Nieuwjaar 1945 werd mij door dr. P.C. Boeren, die tot Zuid-Limburg had weten door te dringen, een brief gebracht van directeur van der Malen van Rolduc, die mij verzocht naar Rolduc te komen om daar philosophie te geven in plaats van de verdwenen docent J. Damen, die, zoals veel later gebleken is, met de bevolking van Roermond naar Groningen en Friesland geëvacueerd was. Daar er in het bevrijde gebied nog geen spoor-, tram- of busverbindingen hersteld waren en de post niet functioneerde, moest ik een middel vinden om de directeur te antwoordden. Gelukkig was er een pater Jesuiet, wiens naam mij thans ontschoten is, die een koeriersdienst met het bevrijde Zuid-Limburg via België georganiseerd had. Ik antwoordde de directeur, dat ik gaarne bereid was te komen, maar dat niemand de stad Nijmegen zonder verlof van het Militair Gezag mocht verlaten, en verzocht hem dus zich voor te doen als mijn overheid en mij te bevelen naar Rolduc over te komen. Kort daarna bereikte mij inderdaad zulks een bevel van de directeur van Rolduc, maar nu niet om naar Rolduc te komen, doch mij naar Weert te begeven en te proberen daar een philosophiecursus te organiseren voor de studenten uit Noord-Limburg, die, zolang Roermond en omgeving nog niet bevrijd waren, Rolduc niet konden bereiken. Deze brief bezorgde mij een pas van het Militair Gezag en ik vond de heer Mr. J. Kamerbeek, die geregeld met zijn auto naar het Zuiden ging, bereid mij naar Weert te brengen. 

Het Bisschoppelijk College was door de Engelsen bezet; daarenboven was er een Rode Kruishospitaal voor kraamvrouwen ingericht. Er werd sinds de bevrijding uitsluitend voor externen met afwisseling aan verschillende klassen les gegeven. Directeur Moors beloofde, dat hij de studenten bijeen zou roepen en hen voor de nacht bij particulieren in Weert zou onderbrengen. Er was nog een lokaal beschikbaar voor de lessen en een ander lokaal in de kelder, waar zij konden eten. Hij verzocht mij de volgende week terug te komen. Toen ik de volgende week, weer met Mr. Kamerbeek, terugkwam, bleek inderdaad alles geregeld te zijn. Het was toen eind januari geworden en ik moest de studenten duidelijk maken, dat zij zeer hard zouden moeten werken om dit jaar nog voor hun studie meegeteld te krijgen. 

Zelf was ik uitermate blij, de sombere sfeer van Nijmegen te kunnen verlaten en weer aan het werk te kunnen gaan en in een gewoon bed te kunnen slapen.

Op 9 februari 1945 werd met de lessen begonnen. Het onderwijs in de psychologie en de geschiedenis van de psychologie had ik voor mijn rekening genomen, na Pasen ook dat in de natuurlijke godsleer en de kerkgeschiedenis. Pater A. Rijnen C.S.Sp. doceerde de logica, later de cosmologie, pater Falco Wagemans O.F.M. de ethica. Na Pasen werd door directeur P. Moors les gegeven in de economie, door dr. W. van Lammeren, arts te Weert, in de biologie. Mhr. P. Vullinghs werd belast met de geestelijke leiding. Er is van het begin af door docenten en studenten hard gewerkt om de verloren tijd voor zover mogelijk in te halen. Was aanvankelijk de ruimte door de bezetting der gebouwen beperkt, na Pasen konden de studenten beschikken over een recreatiezaal en twee klassen, tevens studiezaal. Na Pinksteren gebruikten zij de maaltijden met de inmiddels teruggekeerde internen in de grote eetzaal.

Voor mij behoort het verblijf in het Bisschoppelijk College te Weert tot de beste herinneringen van mijn leven. Ik werd er aanstonds opgenomen in de gemeenschap van de priesterleraren, van wie de meesten mijn oud-leerlingen van Rolduc waren, en was getuige van de voortreffelijke geest, die onder leiding van directeur Moors in het College heerste. Wij maakten de opeenvolgende phasen van de verdere bevrijding van ons land met spanning mee. De materiële omstandigheden in het College waren in elk opzicht bevredigend. De Engelsen, die het College bezet hielden, zorgden voor een overvloedige proviandering aan eet- en rookwaren voor de bewoners. In de aula werd drie maal per week een revue-programma voor de militairen opgevoerd, waar wij dikwijls naar gingen kijken. Op een dag in het vroege voorjaar verscheen maarschalk Montgomery, die in de aula zijn soldaten kwam toespreken.

Voor de studenten werden de tradities van de Rolducse philosophie zoveel mogelijk gehandhaafd. Als president werd aangesteld J. Lenders. De Academie vergaderde geregeld onder leiding van mhr. G. Houben. Een koor van philosophen onder leiding van mhr. H. Litjens verzorgde de kerkelijke diensten. 's  Zaterdagsavonds werden de completen gezongen. Elke dag vóór het diner was er een kwartier adoratie, elke avond lof. Er werd gevoetbald en hockey gespeeld; Panta Rhei hield zijn oude roem hoog. Elke middag was er gelegenheid voor een korte wandeling. Verschillende lezingen en voordrachtavonden in de aula van het College konden worden bijgewoond. In het wintertrimester werden door de zorg van mhr. J. Maes ontwikkelingsavonden georganiseerd, waar ook enkele studenten uit de stad aan deelnamen.


De bevrijding

Het Feest van St. Thomas op 7 maart werd gevierd met een plechtige H.Mis en een academische zitting. Op zaterdag 24 maart waren wij getuige van de overtocht van de ontzaggelijke geallieerde luchtvloot, die de overgang over de Rijn ging forceren; op dinsdag 4 mei 's avonds omstreeks kwart voor negen beleefden wij het onvergetelijke moment van de algehele bevrijding van ons vaderland, waarvan het bericht ons door de radio bereikte. Nog vóór de klokken van de St. Martinuskerk begonnen te luiden, weerklonk op de speelplaats van het College het eerste Wilhelmus, gevolgd door een Te Deum in de kapel. Wij gingen terstond onder leiding van directeur Moors de stad in, waar de mensen op straat kwamen en de verduistering van de huizen ophieven. Op de markt werd gedanst. Tegen 10 uur liet deken Souren de deuren van de grote kerk openen en alle lichten ontsteken. De menigte kwam de kerk binnen, de burgemeester, Mr. Kortmann, nam plaats op het priesterkoor en het orgel zette het Wilhelmus in, dat door de volle kerk werd meegezongen. De volgende morgen, 5 mei, toen de bevrijding van het tot dan toe bezette westen van het land een feit was geworden, had er een defilé van de Weertse verenigingen plaats vóór het stadhuis, waar burgemeester Kortmann, deken Souren, directeur Moors en ik op het bordes hadden plaats genomen. Dezelfde dag werd in het college opgeluisterd door een revue, die door de philosophen in elkaar gezet was en met veel animo werd gespeeld. Het naamfeest van directeur Moors op 29 juni gaf aan de tijdelijke bewoners van het College een welkome gelegenheid om hun dankbaarheid jegens hun gastheer onder woorden te brengen. 's Avonds gaven de philosophen een opvoering van "De hoed van Italiaans stro". Het stuk werd zondags daarna nog eens gespeeld voor de "pleegouders" van de ingekwartierde studenten en voor de familie van de externen van het College.


Hervatting van de universitaire werkzaamheden

Intussen waren na Pasen de universitaire werkzaamheden te Nijmegen in zover hervat, dat wij ieder twee uren college per week gingen geven. De collisie van plichten, die daardoor voor mij ontstond, werd opgelost door de goede zorgen van de provisor J. Nabben, die de Weertse J. van de Venne wist te bewegen, mij elke maandag door zijn chauffeur heen en weer naar Nijmegen te laten brengen. Het vervoermiddel was een roodkleurig open tweepersoons-sportwagentje, dat zelfs de beschutting van een vóórruit miste. Het sikpak van directeur Moors bood uitkomst en met genoegen heb ik de wekelijkse tochten naar Nijmegen met de jonge chauffeur ondernomen. De toestand van de wegen was abominabel. Grote stukken waren weggebombardeerd. De rijksweg tussen Den Bosch en Nijmegen was door het dag en nacht voortdurende vervoer van tanks in een dikke brei veranderd, waar het sportwagentje, zij aan zij met de ontzagwekkende kolossen, zich een weg door moest trachten te banen. Alleen de weg langs de Zuid-Willemsvaart was in enigszins behoorlijke toestand, behoudens de plaatsen bij Nederweert, waar kort tevoren nog zo hevig gevochten was. Het was voor mij elke maandagavond weer een genoegen uit het verwoeste Nijmegen naar Weert te kunnen terugkeren.


1945 De Tijdelijke Academie in Eindhoven

Van Weert uit werd ik betrokken bij het bestuurswerk van de Tijdelijke Academie, die in het najaar van 1944, kort na de bevrijding, in Eindhoven opgericht was. In de kringen van Philips en anderen had men zich er rekenschap van gegeven, dat er in het bevrijde Zuiden een groot aantal jongens en meisjes rondliep, dat reeds in 1943 en 1944 eindexamen gedaan had, maar geen academische studie had kunnen beginnen, deels omdat een aantal universiteiten gesloten was, deels omdat zij zich niet wilden onderwerpen aan de eis van het afleggen van een loyaliteitsverklaring tegenover de bezetter. Te Eindhoven waren docenten en lokalen beschikbaar om althans voor de eerste jaren van een academische studie de nodige opleiding te geven. Men besloot zich niet bezig te houden met de studierichtingen, die te Nijmegen en Tilburg waren vertegenwoordigd, maar zich vooral op exacte en de technische wetenschappen te richten. 

Bij een van de bestuursvergaderingen uitte minister Bolkestein, die uit Londen naar het bevrijde Zuiden was overgekomen, de wens, dat collega J. Cobbenhagen (1893-1954) en ik, zijnde de enige leden van de Eerste Afdeling van de Onderwijsraad in het bevrijde gebied, bij de bestuursregelingen van de Tijdelijke Academie werden betrokken. Wij vergaderden te Eindhoven met het bestuur (van Weert liep eens per dag een trein naar Eindhoven) en wij hebben ons uiterste best gedaan om de statuten van de Stichting Tijdelijke Academie, die waren opgesteld door juristen, die met de onderwijswetgeving weinig vertrouwd waren, aan de hoger-onderwijs-wet aangepast te krijgen. Wij stelden ons daarbij op het standpunt dat het hier een bijzondere instelling van hoger onderwijs betrof, die als zodanig zoveel mogelijk als bijzondere instelling in de geest der wet behandeld moest worden. Niet zonder tegenstand sloot het bestuur zich bij deze opvatting aan en na lang heen en weer praten en schrijven werden de statuten in deze geest geredigeerd.

De Tijdelijke Academie te Eindhoven is het eerste voorbeeld geweest van een bijzondere instelling van hoger onderwijs, die uit 's Rijks kas gesubsidieerd werd : de Londense regering was inderdaad bereid, de kosten voor haar rekening te ne- men

Op 8 juni 1945 kwam eindelijk het Koninklijk Besluit tot stand, waarbij de Stichting Tijdelijke Academie te Eindhoven bevoegd verklaard werd een bijzondere school voor hoger technisch, universitair en hoger landbouwonderwijs te hebben, en waarbij de minister gemachtigd werd om aan examens, afgelegd aan de Tijdelijke Academie en aan de door haar afgegeven getuigschriften en diploma's dezelfde rechtsgevolgen te verlenen als aan de gelijknamige examens, getuigschriften en diploma-s, afgelegd aan, afgegeven of verleend door de technische hogeschool en de rijksuniversiteiten. Tengevolge daarvan zijn aan de Tijdelijke Academie te Eindhoven afgelegd : 1) het eerste gedeelte van het candidaatsexamen geneeskunde, 2) het eerste gedeelte van de propaedeutische examens werktuigkundig, electrotechnisch, scheikundig en natuurkundig ingenieur. Op grond van deze regelingen hebben enige honderden studenten het eerstejaar van hun studie met een examen te Eindhoven kunnen besluiten en daarna hun studie aan de universiteiten of te Delft kunnen voortzetten. Ook voor de theologie werd een cursus gegeven door enige predikanten ter voorbereiding van het propaedeutisch examen.

Het grootste deel van de Eindhovense studenten was uiteraard katholiek, maar het bestuur van de Tijdelijke Academie was even uiteraard vrijwel geheel in niet- katholieke handen. Voor de philosophie was een docent aangesteld, die mij daartoe weinig gequalificeerd leek. Ik richtte mij daarom tot de bisschoppen van Den Bosch en Breda, zijnde de enige leden van het Bestuur der toenmalige St. Radboud stichting in het bevrijde gebied, en suggereerde hun, primo iemand aan te wijzen om voor de katholieke studenten philosophie te doceren -- daarvoor beval ik hun pater Wilderbeek O.S.A. te Eindhoven aan --; secundo iemand aan te wijzen voor de geestelijke verzorging. Bij schrijven van de bisschop van Breda d.d. 18 mei 1945 werd ik gemachtigd om voor de eerste taak pater Wilderbeek en voor de tweede kapelaan Verhoeven te Eindhoven aan te zoeken. Zij hebben deze taak met vrucht volbracht. De Tijdelijke Academie is in 1946 door minister van der Leeuw officieel gesloten. Verschillende van haar docenten hebben later een taak in het hoger onderwijs gekregen.


1945 Gymnasiale einddiploma’s “cadeau” gedaan

In de zomer van 1945 droeg minister Bolkestein aan dr. M.A. Schwartz, rector van het Stedelijk Gymnasium te Nijmegen, en mij op, de gymnasiale eindexamens in Nijmegen en omgeving te organiseren. Wij slaagden erin, gecommitteerden voor deze eindexamens te vinden, maar toen wij daarmee klaar waren, besloot de Londense Regering, het einddiploma "cadeau" te geven aan allen, die in 1944 tot de zesde klas waren toegelaten. De examens gingen dus niet door. In 1946 heb ik mijn carrière als gecommitteerde hervat.

 

1945 Weert - Rolduc

In de loop van het zomertrimester 1945 kwam Mgr. Lemmens, die inmiddels uit de evacuatie naar Friesland was teruggekomen, zich te Weert rekenschap geven van de situatie in het College, dat inmiddels door de Engelsen ontruimd was. Begin juli gingen directeur Moors, provisor Nabben en ik per auto naar Rolduc om verslag uit te brengen over de uitslagen van de examens der Weertse philosophen. Wij vonden Rolduc bezet door de Amerikanen, die er een restcenter hadden gevestigd. Er werd aan externen les gegeven en vervolgens aan aantal studenten in de theologie van het groot-seminarie te Roermond, die in Zuid-Limburg woonachtig waren. De Amerikanen zorgden ook hier voor een ruime bevoorrading met eet- en rookwaren.

Op 11 juli werd het uitzonderlijke studiejaar te Weert gesloten met een plechtig Lof met Te Deum, gevolgd door een bescheiden prijsuitdeling, waarbij studenten en docenten van elkaar afscheid namen. Ik ging het College verlaten, dat mij 5 maanden zo gastvrij had geherbergd en bereidde mij voor om naar Nijmegen terug te keren.

Sinds enkele weken wist ik echter, dat het pension Stella Maris opgeheven zou worden. Dit betekende, dat mijn zuster en ik gedwongen waren op korte termijn een ander onderkomen te zoeken. Dit zoeken leek in Nijmegen en omgeving vrijwel hopeloos : duizenden hadden door de bombardementen en door de Duitse brandstichting hun woning verloren en waren bij anderen ondergebracht. Op de meest onverwachte wijze kwam hier, althans voor mij, uitkomst.

 

◄▬ Verhuizing naar Weert ▬►
/**
Powered by Website Baker
*/